Leiden in vogelvlucht

Geschiedenis van Leiden

De stad ontstond als dijkdorp aan de zuidzijde tegenover een kunstmatige heuvel aan de samenvloeiing van de Oude en de Nieuwe Rijn. In de oudste vermelding daarvan, omstreeks 860, werd het toenmalige dorp Leithon genoemd. 

Korte Mare Kl 1024x640


In 1572 koos de stad de zijde van de anti-Spaanse opstand. De Spaanse landvoogd Requesens belegerde in 1574 de stad. Van de 15.000 inwoners verloor tijdens het beleg ongeveer een derde deel het leven.
In de 17e eeuw kwam de stad opnieuw tot grote bloei, dankzij de impuls die vluchtelingen uit de Zuidelijke Nederlanden gaven aan de lakennijverheid met hun kennis van nieuwe technieken voor het maken van lichter laken.
Tot 1896 vormden de singels de stadsgrens. Bij vier annexaties (1896, 1920, 1966 en 1981) nam Leiden grond over van de omliggende gemeenten Zoeterwoude, Leiderdorp en Oegstgeest.

De stad in 1832

In 1832 was Leiden een compacte, dichtbebouwde vestingstad en nog volledig omringd door stadswallen en grachten. De stadspoorten vormden de toegang.
Aarden wallen en bolwerken vormden een verdedigingslinie.
Leiden had destijds ongeveer 30.000 inwoners.
De stad kenmerkte zich door veel smalle straatjes en kleine, dicht op elkaar gebouwde huizen.
Er was veel armoede, vooral onder textielarbeiders. Slechte hygiëne waren mede oorzaak van latere cholera uitbraken. De textielindustrie was in verval, wat leidde tot werkloosheid en armoede. In de 17e eeuw was Leiden nog rijk door de lakenindustrie, maar rond 1830 stonden veel textielfabrieken stil of draaiden slecht.
Kleine werkplaatsen lagen midden in woonwijken. De stad had een sombere, vervallen uitstraling
Het transport binnen, maar ook vanuit Leiden ging veelal over water. De stad kende een wijdvertakt grachtenpatroon en de trekvaarten naar Haarlem en richting het Zuiden waren belangrijke verbindingen. Mensen reisden per boot of koets en voor goederen werd veel gebruik gemaakt van de trekschuit.
Buiten de stad lagen de weilanden en dorpen als Zoeterwoude, Leiderdorp en Oegstgeest. Meer welgestelden hadden bezittingen in de vorm van land of tuinen buiten de stad. Langs de Rijn lagen fraaie buitenplaatsen met prachtige bebouwing en weelderig tuinen. Ook aan en buiten de singels waren van deze fraaie ‘optrekjes’ te vinden.

Stadsuitbreidingen

Leiden groeide eeuwenlang uit haar jasje. Binnen de historische singels raakte de stad overvol, waardoor uitbreiding bittere noodzaak werd. Om ruimte te maken voor woningen en industrie, richtte de blik zich op de omliggende gemeenten. De grootste verandering kwam in de 20e eeuw. Door grootschalige annexaties van grondgebied van buurgemeenten zoals Leiderdorp, Oegstgeest en Zoeterwoude, kon Leiden eindelijk ademhalen. Vooral in 1896, 1920 en 1966 vonden ingrijpende grenswijzigingen plaats. Hierdoor ontstonden moderne wijken als de Stevenshof en de Merenwijk. Hoewel buurgemeenten vochten voor hun autonomie, was de groei onstuitbaar. Waar vroeger weilanden lagen, verrezen nu woningen, winkels, scholen en het Bio Science Park. Vandaag de dag is de oude binnenstad nog steeds het hart, maar de stad is getransformeerd tot een regionale spil. Dankzij de strategische inname van omringend land evolueerde Leiden van een compacte textielstad naar een uitgestrekte kennisstad, zonder haar historische ziel te verliezen. De grenzen vervaagden, de stad bloeide.

Interessante websites:

Leiden op de kaart
Erfgoed Leiden en Omstreken
Historische Vereniging Oud Leiden
De Geschiedenis van Leiden
Monumenten in Leiden